RAPWI, Recovery of Allied Prisoners of War and Internees

In februari 1945 wordt het hoofdkwartier van admiraal Lord Louis Mountbatten de dienst Recovery of Allied Prisoners of War and Internees (RAPWI) opgericht. De organisatie is belast met de opvang van krijgsgevangenen en geïnterneerden in het bevelsgebied South East Asia Command (SEAC). In juli 1945 krijgt Mounbatten te horen dat zijn bevelsgebied per 15 augustus 1945 uitgebreid wordt met geheel Nederlands-Indië (minus Sumatra), Thailand en het zuidelijke deel van Indo-China. Van het oorspronkelijke plan om de RAPWI-teams in te zetten achter de oprukkende geallieerde troepen komt niets terecht door de plotselinge capitulatie van Japan op 15 augustus. In plaats daarvan moet de hulpverlening nu gelijktijdig aan alle geïnterneerden in het hele gebied georganiseerd worden. Mountbatten zet een RAPWI Cöordinatie Comité op dat de algehele verantwoordelijkheid krijgt voor de hulpverlening. Aan de militaire staven van de zes regionale commandanten in zijn bevelsgebied wordt een RAPWI control staff toegevoegd die de taak krijgt de hulpverlening te coördineren. Java is slechts een van de operatiegebieden naast Malakka, Singapore, Frans Indo-China, Thailand en Hong Kong heeft voor Mountbatten geen prioriteit. Het ontbreekt Mountbatten bovendien aan middelen. Voor 150 kampen zijn op 17 augustus slechts 40 RAPWI-teams beschikbaar.
Nadat verzekerd is dat de lokale Japanse commandanten zich aan het capitulatiebevel zullen houden, komt op 28 augustus de hulpverlening van de RAPWI op gang. Boven de kampen worden pamfletten afgeworpen (Operatie Birdcage) met instructies aan de geïnterneerden en de Japanners. Daarna worden contactteams geparachuteerd bij de interneringskampen (Operatie Mastiff). Het eerste contactteam, onder leiding van majoor A.G. Greenhalgh, landt op 8 september in Batavia. Daarna volgen Magelang, Soerabaja, Bandoeng en Semarang. Op Sumatra zijn in augustus inmiddels twaalf teams van het Korps Insulinde actief. Medio september arriveren de RAPWI-teams en begint de evacuatie vanuit de kampen naar Medan, Padang en Palembang. Eind november zijn alle kampen ontruimd. Op Java wordt de hulpverlening bemoeilijkt door een gebrek aan transportmiddelen en de snel verslechterende politieke situatie. Eind september wordt duidelijk dat de Japanners niet langer in staat zijn om orde en rust te handhaven. Op 28 september besluit Mountbatten op Java alleen bruggenhoofden te bezetten. Alle geïnterneerden moeten naar deze key-areas worden gebracht. Als medio oktober het geweld tegen de Nederlanders en Indo-Europeanen uitbreekt en Indonesiërs in gevecht raken met de Japanse en Britse troepen wordt het voor de RAPWI zeer moeilijk de evacuaties uit te voeren. Ondanks alle problemen slaagt de RAPWI erin op Java en Sumatra 223.250 oorlogsslachtoffers (zowel voormalige geïnterneerden als vluchtelingen) op te vangen en te verzorgen. Op 26 januari 1946 wordt de RAPWI op Java officieel opgeheven. Alle hulpdiensten vallen dan onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse bestuursorganisatie AMACAB.

Literatuur

Thijs Brocades Zaalberg en Wim Willems, 'Onmacht, ontkenning en onderschatting. De evacuatie van Nederlanders uit Zuidoost-Azië', Conny Kristel (red.) Binnenkamers (Amsterdam, 2002).

Elly Touwen-Bouwsma en Petra Groen, Tussen Banzai en Bersiap. De afwikkeling van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië (Den Haag, 1996).

Wim Willems, De uittocht uit Indië 1945-1995 (Amsterdam, 2001).

Informatie o.a. in:

Toegang 2.22.21, inv.nrs: 166, 169, 170, 171 en 1016

Toegang 2.12.26, inv.nr. 53

Toegang 2.13.72, inv.nrs. 18 en 399

Zie ook:

- Bersiapperiode

- Brits-Indische militairen

- Politieke en militaire relatie met Groot-Brittannië