Japanse interneringskampen

In het veroverde Nederlands-Indië wil Japan alle Westerse invloed uit het openbare leven uitbannen. In de buitengewesten wordt daarom de gehele Europese burgerbevolking (blanken en Indo-Europeanen) vrijwel direct na de bezetting geïnterneerd. In het Marinegebied (Borneo, Celebes, de Molukken, de Kleine Soenda-eilanden en Nieuw-Guinea) is het beheer over de kampen in handen van het Burgerlijk Marine Bestuur. Op het dichtbevolkte Java vindt de internering plaats in fasen. Vanaf 11 april 1942 zijn alle Europeanen vanaf zeventien jaar verplicht zich te laten registreren. De Japanse autoriteiten maken een onderscheid tussen volbloed Nederlanders (totoks) en Nederlanders van gemengde afkomst (Indo-Europeanen). De eerste groep wordt in de loop van 1942 en 1943 geïnterneerd. Mannen tussen de zestien en 60 jaar komen daarbij als eerste aan de beurt, aansluitend volgen de vrouwen, kinderen en bejaarden. Bij de internering worden de mannen gescheiden van de vrouwen en kinderen. De meeste Indo-Europeanen blijven op Java buiten de kampen.
De kampen voor burgergeïnterneerden vallen vanaf augustus 1942 onder de verantwoordelijkheid van de Japanse burgerambtenaren van het Militaire Bestuur. In november 1943 worden de kampen geleidelijk onder het beheer van het leger gebracht. Aanvankelijk zijn de meeste kampen niet overmatig vol. Dat verandert als om militair-strategische redenen vanaf februari 1944 op Java een concentratie plaats vindt van alle geïnterneerde mannen (burgers en krijgsgevangenen) in kampen in Bandoeng en Tjimahi op West-Java. In de vrouwenkampen op Java neemt de bevolking door de verplaatsingen en concentratie van burgergeïnterneerden in 1944 sterk toe. Ook de burgergeïnterneerden in Sumatra en de buitengewesten worden geconcentreerd in de verzamelkampen. Tijdens de oorlog zijn ongeveer 100.000 Europese burgers in Nederlands-Indië door de Japanse bezetter geïnterneerd. Naar schatting 13.000 van hen zijn overleden.

Literatuur

Mariska Heijmans-van Bruggen, De Japanse bezetting in dagboeken. Vrouwenkamp Ambarawa 6 (Amsterdam, 2001).
J. van Dulm e.a., Geïllustreerde Atlas van de Japanse Kampen in Nederlands-Indië 1942-1945 (Purmerend: Uitgeverij Asia Maior, 2000)
D. van Velden, De Japanse interneringskampen voor burgers gedurende de Tweede Wereldoorlog (Franeker, 1985)

Informatie o.a. in:

Toegang 2.10.14, inv. nrs. 5247, 5248, 5249 en 5251 (Gedeelte kampadministratie Tjideng, 1945)
Toegang 2.10. 62,
- inv. nrs. 244, t/m 291 ( Stukken betreffende krijgsgevangen- en burgerinterneringskampen in Nederlands-Indië).
- inv. nrs. 292 t/m 299 (Stukken betreffende krijgsgevangenen en burgerinterneringskampen buiten Nederlands Indië waar Nederlanders en/of Indonesiërs zijn gesignaleerd.)
- inv.nrs. 2065, 2265, 2267, 2271, 2273, 2277, 2285, 2288, 2289, 2290, 2292, 2293, 2294, 2295, 2298, 2300, 2303, 2304, 2306 en 2350
Toegang 2.13.72, inv.nrs. 1328, 1341 en 1353

Informatie verspreid in:

Toegang 2.22.21, inv. nrs. 820, 821, 822 en 823 (Zweeds consulaat Soerabaja),
825, 826, 827, 828, 829 (Beskickningsarkiv Tokyo).