Internering Duitsers en NSB'ers

Na het bericht van de Duitse inval in Nederland start de Nederlands-Indische regering operatie ‘Berlijn': de arrestatie van alle NSB'ers, Duitsers, Oostenrijkers en ‘vijandelijke onderdanen' in de archipel. Onder hen ook staatburgers uit Polen, Denemarken, Hongarije, Tjecho-Slowakije, België, Frankrijk en Joegoslavië. Onder de Duitsers bevinden zich niet alleen overtuigde nationaal-socialisten maar ook Duitse joden, politieke vluchtelingen uit Duitse gebieden en zelfs genaturaliseerde ex-Duitsers. Een afzonderlijke groep vormen de bemanningen van de negentien Duitse koopvaardijschepen die sinds augustus 1939 hun toevlucht hadden gezocht in de toen neutrale Indische havens. In totaal telt de groep bijna 2.800 mannen. Op Java worden 147 Duitse vrouwen met hun kinderen opgesloten. Vanaf juli 1940 worden de mannen overgebracht naar het verzamelkamp Lawé Sigala-gala in Atjeh (Sumatra). Als de oorlog in Azië uitbreekt worden de geïnterneerden naar Brits-Indië getransporteerd. Het eerste transport met 975 gevangenen vertrekt op 28 of 29 december 1941 vanuit Sibolga met de Ophir en komt op 8 januari 1942 aan in Bombay. Op 10 januari arriveert daar ook de Plancius met 938 geïnterneerden. Het derde en laatste transport met 478 gevangenen vertrekt met de Van Imhoff op 16 januari. De Van Imhoff wordt op de Indische Oceaan door een Japans verkenningsvliegtuig gebombardeerd en slaat lek. Het zinkende schip wordt door de scheepsbemanning en de bewaking verlaten zonder achterlating van voldoende reddingsmiddelen voor de gevangenen. Bij de scheepsramp verliezen ruim 300 gevangenen het leven.

Literatuur

C. van Heekeren, Batavia seint: Berlijn (Den Haag, 1967).

Informatie o.a. in:

Toegang 2.22.21, inv. nrs. 477, 554 en 559
Toegang 2.05.80, inv. nrs. 656, 657, 658, 659, 661, 664, 665, 1118 en 1124.