Brits-Indische militairen

Op 15 augustus 1945, de dag dat Japan capituleert, wordt de oostgrens van SEAC (South East Asia Command) opgeschoven zodat het Britse bevelsgebied naast Birma, Siam, Malakka en Sumatra nu ook zuidelijk Indo-China en geheel Nederlands-Indië omvat.
Het onverwacht snelle einde van de oorlog stelt opperbevelhebber admiraal Lord Louis Mountbatten meteen voor grote problemen. SEAC is op dat moment nauwelijks toegerust om de nieuwe verantwoordelijkheden uit te voeren. In een gebied dat groter is dan Europa wachten circa 120.000 geallieerde krijgsgevangenen en geïnterneerden op hulp en moeten circa 730.000 Japanse militairen en burgers worden verzameld, ontwapend en afgevoerd worden. Voor die taak heeft Mountbatten de beschikking over 350.000 man troepen, 120 transportschepen en 50 RAF squadrons. De uitvoering van de taken wordt bovendien vertraagd als generaal MacArthur op 19 augustus gelast dat er geen geallieerde landingen of deelcapitulaties mogen plaatsvinden voordat de formele overgave van Japan heeft plaatsgevonden op 2 september 1945. In een verantwoording schrijft Mountbatten:

‘I therefore had no alternative but to instruct the Japanese through their Supreme Commander, to maintain order in the areas for which they had been responsible up to the termination of hostilities. (...) Even if the political and military situation had been appreciated at the beginning, it would not have been physically possible (with our limited shipping lift and the delay imposed by general MacArthur's order) to bring in troops earlier than we have done, or in larger numbers.'

Pas op 28 september gaan de eerste Brits-Indische eenheden aan land in Batavia. Mountbatten stuurt drie divisies naar Nederlands-Indië: de 23ste Indian Division en 5de Indian Division gaan naar Java, de 26ste Indian Division naar Sumatra. Door de politiek explosieve situatie besluit Mountbatten af te zien van de voorgenomen herbezetting van het eiland. Hij besluit alleen bruggenhoofden te bezetten (de key-area strategie): Batavia en Soerabaja op Java en Padang, Medan en Palembang op Sumatra. Later worden daar Bandoeng, Buitenzorg en Semarang aan toegevoegd. De Brits-Indische troepen zijn er om twee taken uit te voeren: het geven van hulp aan de geïnterneerden en de evacuatie van de Japanners. Onder geen beding mogen zij worden ingezet tegen de jonge Republiek Indonesië. Om een escalatie te voorkomen verbiedt Mountbatten op 19 november bovendien de landing van Nederlandse troepen op Java en Sumatra.

Literatuur

Richard McMillan, The British occupation of Indonesia 1945-1946: Britain, the Netherlands and the Indonesian revolution (Londen, 2005).
W.G.J. Remmelink, ‘The emergence of the new situation: the Japanese army on Java after the surrender', in: Militaire Spectator 147/2 (februari 1978), p. 49-66.

Informatie o.a. in:

Toegang 2.22.21, inv.nrs. 161 t/m 183 (National Archives, Kew)
Toegang 2.22.21, inv.nrs. 1015 t/m 1025 (Collectie M.C. van Delden).
Toegang 2.13.132, inv.nrs. 1038 t/m 1053 (Stukken betreffende Brits-Indische Brigades).

Zie ook:

- Bersiapperiode
- Diplomatieke en militaire relatie met Groot-Brittannië